- Vul het glas tot 2/3 met vers koud water, het water mag niet in de slang komen.
- Vul de stenen kop losjes met tabak, de tabak mag niet hoger als de rand van de kop komen.
- De tabak komt anders te dicht tegen het kooltje aan, waardoor zij sneller wegbrandt, dit veroorzaakt een onaangename smaak.
- Leg het zeefje boven op de kop, indien geen zeefje werd bijgeleverd, de kop strak met een stuk aluminium folie afdekken. Prik daarin kleine gaatjes, daar doorheen wordt later de hete lucht van het kooltje gezogen.
- Let erop dat de tabak niet tegen de zeef of het folie aankomt, daardoor zou het aankoeken.
- Steek een kooltje aan op een vuurvaste ondergrond, bij het aansteken kan het kooltje licht “spetteren”. Dit ontstaat door het ontstekingshulpmiddel. Na korte tijd verdwijnt dit effect. Nadat het kooltje geheel doorgloeit is, wordt het met een tangetje op de zeef of folie gelegd.
- Na drie tot vier maal krachtig trekken moet de rook te zien zijn.
- Wanneer de rook scherp en bijtend smaakt, is de tabak aangebrand. Neemt u het kooltje van de kop, verwijder de aangebrande tabak van de zeef of folie. De tabak mag geen contact maken met de zeef of folie.

